Enquête: de Belgische fietsinfrastructuur evolueert onvoldoende!
Uit een representatief onderzoek onder 25.000 mensen in heel Europa blijkt dat 121 miljoen mensen minder fietsen omdat ze moeilijkheden ondervinden bij het vinden van fietsreparatie- en -onderhoudsdiensten. De enquête, uitgevoerd door Shimano, een wereldwijde fabrikant van fietsonderdelen, maakte deel uit van het State of the Nation Report voor 2025. Het rapport is hier te vinden.
Met 72,2 % van de bevolking die een fiets bezit, blijft België een fietsland. Deze nieuwe gegevens laten echter een beeld van stagnatie zien. Belgische respondenten gaven lage scores voor verbeteringen aan de infrastructuur en de veiligheid van kinderen, wat aantoont dat zelfs in gevestigde fietslanden een gebrek aan waargenomen vooruitgang een belemmering kan vormen voor een grotere deelname.
Het rapport trachtte inzicht te krijgen in hoe mensen in Europa aankijken tegen de fietsinfrastructuur, de veiligheid van kinderen op de fiets en de kwaliteit en beschikbaarheid van fietsonderhoud en -reparatie. Dit is de vierde editie van het State of the Nation Report, dat in 2020 voor het eerst werd gepubliceerd.
Voor het State of the Nation-rapport van Shimano werden 25.000 mensen in meer dan 25 Europese landen en regio’s ondervraagd, waardoor solide vergelijkingen tussen landen mogelijk waren om zowel vooruitgang als hiaten in kaart te brengen. Het rapport heeft tot doel evidence-based inzichten te verschaffen die belangenorganisaties en beleidsmakers in staat stellen om zinvolle veranderingen teweeg te brengen en onderbelichte belemmeringen en kwesties met betrekking tot fietsen in het publieke debat te brengen.
Fietsonderhoud
Onderzoekers vroegen naar de moeilijkheden die mensen kunnen ondervinden bij het onderhoud of de herstelling van hun fiets en wat de impact daarvan is op hun fietsgedrag. Het is zorgwekkend dat naar schatting 212 miljoen mensen belemmeringen ondervinden, waarbij 121 miljoen mensen in heel Europa aangeven dat ze minder fietsen vanwege onderhoudsgerelateerde problemen. Hiervan fietsen 65 miljoen mensen aanzienlijk minder (tussen 25% minder tot helemaal niet meer).
In België ondervond 41,3 % van de mensen die ooit een fiets hebben gehad, belemmeringen bij het onderhoud. De impact van deze belemmeringen is aanzienlijk: 35,5 % van de mensen die met moeilijkheden te maken hebben, fietst de helft minder of nog minder. Dit probleem is vooral acuut voor de jongere generatie: 40 % van de Belgen tussen de 18 en 24 jaar die onderhoudsproblemen ondervinden, fietst minstens 50 % minder dan voorheen. Bovendien is bijna 3% van degenen die met belemmeringen te maken hadden , helemaal gestopt met fietsen.
Bijna de helft van de mensen in Europa die een fiets hebben of hebben gehad, gaf aan problemen te hebben ondervonden. 20,3% zei dat dit te wijten was aan hoge kosten, 15,3% aan een gebrek aan lokale fietsenwinkels of ongunstige openingstijden, en 11,8% aan lange wachttijden.
Van degenen die wel belemmeringen ondervonden, zei 26,9% dat ze probeerden de fiets zelf te repareren, 21,8% dat ze meer gebruik maakten van andere vormen van vervoer, 20,7% dat ze minder vaak fietsten – en een verontrustende 16,4% van de mensen zei dat ze helemaal niet meer fietsten. Deze bevindingen wijzen op een structureel risico voor het fietsen in Europa: wanneer het onderhouden van een fiets ingewikkeld, duur of onhandig lijkt, kan dit een aanzienlijke invloed hebben op het verdere fietsgedrag.
Veiligheid van kinderen
Belgen zijn sceptisch over de veiligheid van jonge fietsers. Slechts 33% van de respondenten is het ermee eens dat fietsen voor kinderen de afgelopen twaalf maanden veiliger is geworden.
In veel Europese landen hebben mensen het gevoel dat de vooruitgang op het gebied van de veiligheid van kinderen op de fiets stagneert of achteruitgaat. Deze stagnatie vormt een langetermijnrisico voor de fietssector. Kinderen die zich niet veilig voelen op de fiets, zullen minder snel fietsgewoontes ontwikkelen die ze meenemen naar hun tienerjaren en volwassenheid, waardoor ze later minder gaan fietsen.
Minder dan twee vijfde van de respondenten in Europa geeft aan dat fietsen voor kinderen de afgelopen twaalf maanden veiliger is geworden. Als we kijken naar het netto verschil tussen degenen die het eens zijn en degenen die het oneens zijn met de stelling “Het is de afgelopen 12 maanden veiliger geworden voor kinderen om in mijn omgeving te fietsen”, komt Polen als beste uit de bus met +41,0%, en Griekenland als slechtste met -28,1%. Verrassend genoeg heeft Nederland een negatief nettocijfer van -22,7%, mogelijk als gevolg van problemen rond het toenemende gebruik van zogenaamde “fatbikes” op fietspaden. Ook België zit in negatief gebied met een netto verschil van -9,42%, wat aangeeft dat meer mensen vinden dat de veiligheid stagneert of achteruitgaat dan dat deze verbetert.
Op de vraag welke maatregelen hun lokale overheid prioriteit zou moeten geven om de veiligheid van kinderen op de fiets te verbeteren, kozen mensen in heel Europa voor kindvriendelijke infrastructuur als belangrijkste aandachtspunt. Dit was in heel Europa en in België overweldigend het geval, zowel bij respondenten die vonden dat de veiligheid van kinderen op de fiets was verbeterd, als bij degenen die dat niet vonden.
Infrastructuur
Uit het rapport van dit jaar blijkt dat er in Europa aanzienlijke verschillen bestaan tussen landen wat betreft de perceptie van mensen over de fietsinfrastructuur. De deelnemers werd gevraagd in hoeverre zij het eens waren met de stelling “De fietsinfrastructuur in mijn omgeving is de afgelopen 12 maanden verbeterd”.
Ondanks zijn fietserfgoed scoort België slecht op het vlak van waargenomen infrastructuurverbeteringen. 58 % van de respondenten ziet geen verbetering of zelfs een achteruitgang in de fietsinfrastructuur in de afgelopen twaalf maanden. Hiermee staat België in de onderste zeven van Europese landen en regio’s wat betreft infrastructuurverbeteringen, samen met Nederland en Denemarken.
Als we opnieuw kijken naar het netto verschil tussen degenen die het eens zijn en degenen die het oneens zijn binnen de afzonderlijke landen, scoren Polen (+47,7%), Frankrijk (+40,2%) en Finland (+33,1%) het hoogst, terwijl Griekenland (-18,8%), Tsjechië (-17,8%) en Bulgarije (-4,7%) het laagst scoren. Nederland (+4,1%), België (+8,9%) en Denemarken (+7,6%) behoren allemaal tot de onderste zeven landen. Aangezien deze drie landen al lang worden beschouwd als pioniers op het gebied van fietsen, zal het voor velen een schok zijn dat ze zo laag scoren. Deze ongelijkheid weerspiegelt echter geen mislukking, maar verwachtingen. In volwassen fietsmarkten raken mensen gewend aan goede infrastructuur en worden hun normen steeds hoger.
Voor de sector vormt dit een duidelijke uitdaging: wanneer toonaangevende markten momentum verliezen, kunnen ze ook hun rol als referentiepunt voor groei, innovatie en cultureel leiderschap verliezen. Als de infrastructuur in deze landen niet blijft evolueren, kan de deelname afvlakken, kan de ambitie afnemen en dreigt fietsen een verouderde vervoerswijze te worden in plaats van een dynamische motor voor gezondheid, mobiliteit en het dagelijks leven.
Ties van Dijk, Advocacy Specialist bij Shimano Europe, zei: “Het rapport ‘The State of the Nation’ is een wake-upcall voor iedereen die zich bekommert om de toekomst van het fietsen in Europa. We zien miljoenen mensen die willen fietsen, maar worden afgeschrikt door barrières die er niet zouden moeten zijn, van het gebrek aan beschikbaarheid en de complexiteit van onderhoud tot zorgen over de veiligheid van fietsen voor kinderen. “De fysieke infrastructuur verbetert op veel plaatsen, maar deze infrastructuur alleen is niet voldoende. Als we er niet in slagen om het voor mensen gemakkelijk te maken om hun fietsen te onderhouden en het voor de volgende generatie veilig te maken om te fietsen, lopen we het risico dat de deelname afneemt op het moment dat de samenleving actieve, duurzame mobiliteit het hardst nodig heeft.”