Deloitte-studie 2026: wat de verwachtingen van Belgische automobilisten écht betekenen voor fleetmanagers
De editie 2026 van de Global Automotive Consumer Study van Deloitte, waarvan een exclusieve preview van de Belgische resultaten werd voorgesteld bij de Mobia Mobility Insights Event, op het autosalon van Brussel, biedt bijzonder waardevolle inzichten voor fleetmanagers. Hoewel de studie focust op particuliere consumenten, sluiten de signalen steeds nauwer aan bij de realiteit binnen professionele wagenparken. In sommige gevallen zetten ze zelfs bestaande overtuigingen op losse schroeven.
Een eerste duidelijke vaststelling: elektrificatie zet door, maar is mentaal nog lang geen evidentie. In België blijft de verbrandingsmotor vandaag nog steeds de voorkeursaandrijving voor het volgende voertuig dat consumenten overwegen. Battery Electric Vehicles winnen licht terrein, maar blijven duidelijk in de minderheid tegenover klassieke en hybride aandrijflijnen. Dit sluit nauw aan bij wat fleetmanagers dagelijks ervaren: hoewel elektrische wagens fiscaal de norm zijn geworden in bedrijfswagens, is de acceptatie bij bestuurders niet altijd vanzelfsprekend, zeker buiten stedelijke contexten of hogere inkomensgroepen.
De drempels voor elektrisch rijden zijn bovendien bijzonder duidelijk. De totale kost blijft veruit de grootste bezorgdheid, gevolgd door rijbereik en laadtijd. Ook de mogelijke kost van batterijvervanging, de vrees voor bijkomende belastingen en het ontbreken van een thuislaadoplossing wegen zwaar door. Opvallend voor fleetprofessionals: milieumotivatie, jarenlang een kernargument in de transitie, verliest duidelijk aan belang. Belgische automobilisten benaderen elektrische mobiliteit steeds rationeler en pragmatischer, met een sterke focus op kosten, gebruiksgemak en beperkingen.
Voor fleetmanagers is de boodschap helder. De overstap naar een volledig elektrisch wagenpark wordt niet gewonnen met idealistische argumenten, maar met duidelijke TCO-berekeningen, betrouwbare laadinfrastructuur en een zorgeloze bestuurderservaring. Wat overtuigt, zijn concrete voordelen: voorspelbare kosten, eenvoud en dagelijks comfort.
Sociale kloof
De studie wijst ook op een sociale kloof in de toegang tot elektrische mobiliteit. Lagere inkomensgroepen blijven sterk gehecht aan thermische aandrijvingen, terwijl de interesse in BEV’s duidelijk toeneemt naarmate het inkomen stijgt. Voor wagenparkbeheerders is dit een cruciaal aandachtspunt: hoe vermijd je een mobiliteit met twee snelheden tussen een ambitieuze car policy en de realiteit op het terrein? Zeker in België, waar bedrijven een sleutelrol spelen in de democratisering van elektrische wagens, is dit een strategisch vraagstuk.
Een ander belangrijk inzicht voor fleets betreft laden. Thuisladen blijft veruit de voorkeursoplossing: meer dan zes op de tien Belgen verwachten hun elektrische wagen voornamelijk thuis op te laden, ruim vóór publiek laden of laden op het werk. Wanneer men toch publiek laadt, speelt prijs een doorslaggevende rol en geven bestuurders de voorkeur aan eenvoudige betaalmethodes, zoals bankkaarten, boven complexe abonnementen of apps.
Voor fleetmanagers bevestigt dit het strategisch belang van thuislaadoplossingen en universele, transparante laadpassen. Technologische complexiteit wordt zelden als een meerwaarde ervaren; eenvoud en kostencontrole des te meer.
Ook bij aankoopintenties blijft het fysieke verkooppunt een sleutelrol spelen. In België blijft het bezoek aan de concessie de belangrijkste informatiebron, vóór constructeurswebsites en online media. Opmerkelijk is dat Belgische consumenten vaker dan hun Europese buren vertrouwen op één enkel informatiekanaal. Dit culturele gegeven onderstreept hoe belangrijk menselijke interactie, vertrouwen en duidelijke communicatie blijven, zelfs in een sterk gedigitaliseerde markt.
Die zoektocht naar vertrouwen vertaalt zich ook in de verwachtingen rond de aankoopervaring. Belgische consumenten hechten bijzonder veel belang aan value for money en transparante prijszetting, veel meer dan aan emotie of technologische innovatie. Een sterk signaal voor de fleetwereld, waar duidelijke offertes, begrijpelijke leasingstructuren en transparante services steeds belangrijker worden voor de tevredenheid van bestuurders.
Tot slot toont de studie aan dat, hoewel cash en krediet bij particulieren dominant blijven, leasing en abonnementsformules interessante niches kennen. Vooral jongere bestuurders, geïnteresseerden in elektrische wagens en kopers van tweedehandsvoertuigen tonen meer openheid voor flexibele formules. Een evolutie die perfect aansluit bij wat we vandaag in bedrijfswagens zien: flexibiliteit, looptijd en aanpasbaarheid worden steeds belangrijker.
Samengevat bevestigt de Deloitte-studie 2026 één essentiële realiteit voor Belgische fleetmanagers: de transitie is ingezet, maar blijft kwetsbaar. Elektrificatie wordt gestuurd door fiscaliteit en regelgeving, maar de échte acceptatie door bestuurders hangt af van rationele, economische en praktische factoren. Meer dan ooit is de rol van de fleetmanager die van een regisseur, die regelgeving, kostenbeheersing en gebruikerservaring met elkaar weet te verzoenen.
Een delicate evenwichtsoefening, maar intussen een absolute noodzaak binnen de professionele mobiliteit van morgen.