Denis Gorteman (CEO D’Ieteren Auto): “Je huisvestingskosten betalen met een mobiliteitsbudget, dat slaat nergens op.”
Denis Gorteman, een welbekend figuur in de Belgische automobielsector, is CEO van D’Ieteren Auto. Met zijn ruime ervaring in de autodistributie en het beheer van merknetwerken heeft hij een globale en strategische visie op de huidige uitdagingen op het vlak van mobiliteit, zowel voor particuliere als professionele klanten. Zijn expertise op het gebied van de fleetmarkt en zijn visie op de evolutie van de sector maken hem tot een bijzonder relevante gesprekspartner in een tijd waarin de autodistributie ingrijpende veranderingen ondergaat. Ter gelegenheid van het autosalon kon link2fleet hem ontmoeten voor een openhartig gesprek.
link2fleet: Meneer Gorteman, om te beginnen, en aangezien we hier zijn, wat is uw conclusie na enkele dagen autosalon?
Denis Gorteman: “Ondanks alles wat we horen over de automobielsector, bewijst het succes van deze 102e editie van het salon dat de Belgen nog steeds een zwak hebben voor auto’s. Deze buitengewone populariteit komt ook tot uiting in het aantal bezoekers bij de dealers. In het hele land ontvangen de showrooms tal van bezoekers. Ik zie ook twee keer per dag de verkoopcijfers en ik kan u zeggen dat we tevreden zijn. Het jaar begint goed, met een stijging van 20% in de verkoop tot nu toe, en onze teams zitten vol energie.”
l2f: Al enkele jaren bezet de D’Ieteren-groep een volledig paleis in de Heizel, met niet alleen al zijn automerken, maar ook alle aanverwante diensten, zoals laadpalen, alternatieve mobiliteitsoplossingen, fietsen van Lucien, enzovoort. Is dat een strategie die loont?
D.G.: “Door alle producten en diensten van D’Ieteren op één plek samen te brengen, kan de klant zich een beeld vormen van alles wat we te bieden hebben. Niet alleen op het vlak van auto’s, hoewel de auto centraal blijft staan, zeker op een autosalon, maar ook op het vlak van multimodaliteit en alle technologische oplossingen die de klant in staat stellen om bijvoorbeeld het openbaar vervoer te gebruiken. We richten ons ook tot mensen die geen auto zoeken, want via Lucien kun je een fiets kopen, via Poppy deelauto’s gebruiken of via TaxisVerts een taxi huren.
Puur logistiek gezien is het voor ons ook heel gemakkelijk, omdat we hier het zogenaamde D’Ieteren House kunnen organiseren, een centrale lounge waar vertegenwoordigers van al deze merken hun klanten kunnen ontmoeten, discussiëren, lunchen of iets drinken. Als we onze verschillende merken op verschillende locaties zouden onderbrengen, zou dat niet mogelijk zijn. We moeten ook benadrukken dat het voor ons goedkoper is om alles op één plek te hebben. En het is voor ons vooral een duidelijk statement van wat D’Ieteren zijn klanten te bieden heeft op het vlak van multimodaliteit. Maserati is nu ook aanwezig, waardoor ons portfolio nu 31 merken telt, waaronder 13 automerken. Bij ons gaat luxe hand in hand met de auto van de gewone man, want ons aanbod gaat van de Microlino tot Bugatti. We bestrijken dus alle segmenten en alle soorten klanten.”
l2f: Ook D’Ieteren Energy is aanwezig op het salon. Niet alleen binnen, maar ook op de parking, met een indrukwekkende laadinfrastructuur voor bezoekers…
D.G.: “Inderdaad. We zijn erg blij dat we vlak voor dit salon het Heysel-plateau hebben kunnen elektrificeren. Het is een eerste stap met 178 laadpunten op verschillende parkeerterreinen op en rond de site, waaronder 6 snellaadpunten. De andere zijn langzame laadpunten, maar dat is ruim voldoende voor bezoekers die een hele dag op de beurs doorbrengen. We hebben deze laadpalen geïnstalleerd voor en op verzoek van de salonorganisatie en we beheren ze voor hen. Het doel is natuurlijk om deze ontwikkeling in de toekomst voort te zetten. Over drie tot vier jaar zouden alle Heizel-parkings ermee uitgerust moeten zijn. Vanuit het oogpunt van branding is dat natuurlijk geweldig. Maar vanuit het oogpunt van de gebruiker was het absoluut noodzakelijk. En we zijn erg blij dat we voor dit project zijn gekozen.”
Het streefdoel? 25% marktaandeel
l2f: Laten we terugkomen op de auto zelf. De inschrijvingscijfers voor 2025 zijn net gepubliceerd. Wat is uw conclusie over het afgelopen jaar?
D.G.: “In 2025 is D’Ieteren iets meer gedaald dan de totale markt. We eindigen met een marktaandeel van 23,8%. Dat is iets minder dan in 2024, toen we op 23,9% zaten. Maar dat was te verwachten: we wisten dat onze modellen in bepaalde segmenten iets te laat in het jaar zouden arriveren. Om eerlijk te zijn: we sluiten het jaar beter af dan we hadden verwacht. We zijn blij met de 23,8%, maar we zijn er natuurlijk niet tevreden mee. Voor 2026 willen we opnieuw de grens van 24% benaderen en voor 2027 willen we die definitief en structureel overschrijden dankzij de komst van de kleine elektrische auto’s die hier op het salon door onze verschillende merken worden gepresenteerd en die dan een volledig jaar op de markt zullen zijn, aangezien ze allemaal in de loop van 2026 op de markt zullen komen: de Volkswagens ID. Polo en ID. Cross, de Cupra Raval en de Skoda Epiq. En onze ambitie met Volkswagen is duidelijk: in 2027 onze positie als nummer 1 op de markt heroveren.”
l2f: U zet dus sterk in op volledig elektrisch, met andere woorden op de fleetverkoop… ?
D.G.: “Ja, ik zet in op volledig elektrisch, maar niet alleen voor fleet. Met de huidige autofiscaliteit voor particulieren, waar de penetratie van volledig elektrische exemplaren op dit moment, alle merken samen, slechts tussen 4,8 en 4,9% van de nieuwe inschrijvingen bedraagt, denk ik dat we tegen 2027 15% kunnen bereiken. En als ik ‘we’ zeg, bedoel ik niet alleen ons, maar ook alle andere merken die op de markt komen met betaalbare kleine elektrische auto’s, hoewel het onze ambitie is om een groot deel van deze groei voor onze rekening te nemen. De vier genoemde modellen zullen zeer goed gepositioneerd zijn qua prijs, maar ze hebben ook het specifieke karakter van hun merk. De ID. Polo en de ID. Cross zijn echte Volkswagens, de Raval heeft het DNA van een Cupra en de Epiq is op het eerste gezicht herkenbaar als een Skoda.”
l2f: Over die modellen gesproken: tot nu toe had het elektrische gamma van Volkswagen een nummer om de EV-modellen te onderscheiden van hun brandstoftegenhangers. De naam ID. Polo betekent een terugkeer naar iets traditionelers en bekenders voor de klanten. Is de strategie vandaag de dag heel anders?
D.G.: “Ja. De modellen hadden nooit ID.3, ID.4, enzovoort. mogen heten. Als je het geluk hebt om zulke sterke namen als Golf, Polo en Passat te hebben, die goed in het geheugen van de klanten gegrift staan, was er geen enkele reden om daarnaast nog iets anders te bedenken. Toen de eerste modellen werden aangekondigd, was de groep bang dat deze namen zouden worden bezoedeld door het dieselgate-schandaal. Vandaag is die angst helemaal verdwenen. Maar toen al was ik er alvast van overtuigd dat we geen specifieke namen moesten geven aan ons elektrische gamma. Zo wordt het voor de klanten veel duidelijker. Als we vandaag een ID. Polo uitbrengen, betekent dat automatisch dat er binnenkort ook een ID. Golf aan het gamma zal worden toegevoegd, en later misschien een ID. Up of een ID. Tiguan. Dat is veel logischer.”
1 op de 7 EV-rijders heeft een laadkaart van D'Ieteren Energy
l2f : Voor die modellen kondigt u een zeer agressief prijsbeleid aan, dat dicht bij dat van hun brandstoftegenhangers ligt…
D.G.: “De ID. Polo wordt inderdaad aangekondigd voor 25.000 euro. Dat is een zeer aantrekkelijke prijs. Ik denk dat die perfect aansluit bij het cliënteel van de Polo. De ID.EVERY1 wordt aangekondigd voor ongeveer 20.000 euro. Dat zal een deel van de particuliere klanten naar elektrische auto’s doen overstappen. Met D’Ieteren Energy gaan we ook alles in het werk stellen om die klanten te helpen, want de overstap naar elektromobiliteit vereist enige begeleiding, of het nu gaat om de aanschaf van een laadpaal of een oplossing om op het openbare netwerk op te laden.”
l2f: Ook hier ligt uw focus vandaag vooral op de fleetmarkt. Die lijkt dus meer te verschuiven naar particuliere klanten?
D.G.: “Weet u, wanneer we laadpalen voor bedrijven installeren, installeren we die in feite bij bestuurders die bij die bedrijven werken. Dus uiteindelijk bij particulieren. We zijn dus gewend om bij particulieren te installeren, aangezien we op dit moment zoals u weet nummer 1 zijn in de installatie van particuliere en semi-particuliere infrastructuur. Er zijn momenteel 33.000 laadpunten geïnstalleerd in het land en 60.000 laadkaarten in omloop voor 400.000 elektrische auto’s in België. Dat betekent dat één op de zeven bestuurders van een elektrische auto een kaart van D’Ieteren Energy gebruikt. Dat is enorm!”
l2f: Laten we terugkomen op de markt in het algemeen. We zien de laatste jaren een daling van het aantal nieuwe inschrijvingen. Het is gedaald van meer dan 500.000 auto’s enkele jaren geleden naar 414.000 vorig jaar. Denkt u dat die daling zich zal voortzetten?
D.G.: “In april 2020 werd er gesproken van gemiddeld 420.000 auto’s in België. Deze daling komt dus niet als een verrassing. Temeer omdat er een onderscheid moet worden gemaakt tussen inschrijvingen en bestellingen, aangezien de leveringen in het verleden sterk werden verstoord door problemen met de productie en de toelevering van halfgeleiders. Als je naar de bestellingen kijkt, zitten we tussen 415.000 en 425.000 nieuwe voertuigen die sinds 2021 zijn besteld. Ik denk dat de daling nog even zal aanhouden, omdat de cyclus van elektrische auto’s ervoor zorgt dat de omzet op de markt lager is. De goede oude tijd van vierjarige leasecontracten is voorbij. Tegenwoordig is de gemiddelde leaseovereenkomst vijf jaar, wat betekent dat we een jaar aan vervanging van nieuwe bedrijfswagens zijn kwijtgeraakt. De impact op de markt is onvermijdelijk. Uiteraard vergelijken we met de cijfers van vóór corona, maar als we kijken naar het aantal inwoners, blijven we in Europa nog steeds de op één na grootste markt met de hoogste verhouding nieuwe auto’s, na Luxemburg.
Er wordt ook gezegd dat de markt in 2025 met 7,5% is gedaald. In werkelijkheid is hij met 9,5% gedaald, omdat de maand december kunstmatig werd gestimuleerd door een aantal inschrijvingen die constructeurs moesten uitvoeren als gevolg van wetswijzigingen die op 1 januari van kracht werden. Of het nu gaat om de wetgeving inzake Euro 6-motoren of het einde van de aftrekbaarheid van PHEV’s voor bedrijven.
Ondanks alles mogen we niet vergeten dat verplaatsingen niet altijd voor het plezier zijn. De topografie van België tussen woon- en werkplek zal niet veranderen. Voor veel Belgen blijft de auto onmisbaar om naar het werk te gaan. Het openbaar vervoer, dat zeker zijn nut heeft, is perfect geschikt voor trajecten waar veel vervoer is. Individueel openbaar vervoer zal er nooit komen, dat is onmogelijk. De auto zal altijd zijn plaats behouden.”
“Als je kijkt naar de marktpenetratie van elektrische voertuigen de afgelopen jaren, dan zie je dat die veel sneller toeneemt dan die van diesels destijds.”
Denis Gorteman, CEO D’Ieteren
Aanhoudende, grootschalige investeringen in de netwerken
l2f: En hoe zit het met de doorbraak van volledig elektrische voertuigen?
D.G.: “Ik ben er vast van overtuigd dat emissievrije voertuigen hun plaats zullen vinden bij alle segmenten van het cliënteel. En dat het auto’s zijn die rijplezier bieden, en iets meer dan de auto’s van 6 of 7 jaar geleden. We mogen niet vergeten dat de gemiddelde leeftijd van een voertuig in het Belgische wagenpark vandaag 10 jaar is. Als we een auto van tien jaar geleden vergelijken met wat we vandaag aan nieuwe auto’s aanbieden, ben ik ervan overtuigd dat sommige klanten zullen willen overstappen, dat alle ophef rond autonomie, laadpalen, belastingen enzovoort, mettertijd zal wegebben.
Denk eens terug aan de komst van de eerste dieselmotoren, die vervuilend waren en veel lawaai maakten. In die tijd wilde niemand met diesel rijden en hoorde je overal dat het nooit zou werken. Ik heb toen heel wat klanten gekend die terughoudend waren ten opzichte van diesel. Enkele jaren later vertegenwoordigde diesel 75% van de inschrijvingen van nieuwe voertuigen in België. Ze werden uiteindelijk trouwens beschouwd als de ‘groene’ auto’s van die tijd.
Als je kijkt naar de marktpenetratie van elektrische voertuigen de afgelopen jaren, dan zie je dat die veel sneller toeneemt dan die van diesels destijds. In tegenstelling tot sommigen die beweren dat elektrisch rijden geen doorbraak kent, vind ik juist dat het extreem snel gaat. Ter herinnering: bij D’Ieteren was 41% van de auto’s die we in 2025 hebben verkocht, volledig elektrisch. We hebben een aandeel van bijna 28% in dit segment, waardoor we de nummer 1 zijn in de verkoop van volledig elektrische voertuigen.”
l2f: Er wordt veel gesproken over de komst van nieuwe Chinese merken… Hoe ziet u dat en bent u daar bang voor?
D.G.: “Onze markt is een bedrijfswagenmarkt. En wie bedrijfswagens zegt, zegt restwaarde. Met andere woorden: vertrouwen in de prijsstrategie. En dat impliceert ook dat je over een netwerk moet beschikken. Aziatische merken kunnen niet bogen op een netwerk dat zo ontwikkeld en sterk is als het onze. Er wordt veel gesproken over Chinese EV’s, maar in Europa zijn deze merken vooral aanwezig met benzine- en plug-inhybridemodellen. Veel minder met volledig elektrische modellen.”
l2f: Maar uw netwerk heeft de afgelopen jaren toch heel wat hergroeperingen gekend. Hoe zal het zich in de toekomst verder ontwikkelen, ook buiten de automobielsector?
D.G.: “De herstructurering van het netwerk van autodealers werd in 2014 opgestart. Het grootste deel van het werk werd in iets minder dan vijf jaar tijd verricht. Natuurlijk zullen er nog dealers sluiten en zullen er andere openen … Een netwerk moet voortdurend in beweging blijven: dat is normaal en gezond. Maar er zijn geen ingrijpende veranderingen of grote verschuivingen gepland of aangekondigd. We zullen eerder grote investeringen aankondigen op het vlak van het carrosserienetwerk, via onze franchise Wondercar. Wondercar sloot 2025 af met 51 carrosseriebedrijven. In 2026 zullen er minstens 16 nieuwe bijkomen, waardoor het totaal op 67 komt. In 2029 zouden we rond de 80 moeten zitten.
En WonderService telt vandaag 10 centra. Tegen het einde van het jaar zouden dat er minstens 20 moeten zijn. We gaan ook het netwerk van D’Ieteren Energy verder uitbouwen met privé- en semi-privélaadpalen. Verder gaan we opnieuw investeren in de ontwikkeling van het netwerk van Lucien. Daarnaast doen we dat ook we in de certificering van batterijen. My Way en Audi Approved :plus zullen hun elektrische en plug-inhybride modellen binnenkort voorzien van een batterijcertificaat. Dat certificaat, dat in samenwerking met Moba is ontwikkeld, wordt automatisch geïntegreerd in de Car-Pass van de voertuigen die door My Way worden verkocht. Kortom, we blijven investeren en ons ontwikkelen. We zijn ervan overtuigd dat de markt potentieel heeft, dat we dat moeten benutten en dat we nog lang niet op ons hoogtepunt zijn.”
De start-ups: tops of flops?
l2f: Ook multimobiliteit wordt niet vergeten, met alle start-ups, waarvan sommige trouwens scale-ups zijn geworden?
D.G.: “Ja, we blijven multimobiliteitsoplossingen ontwikkelen met Mbrella, we investeren veel in Volkswagen D’Ieteren Finances, in WeCare, in Easylease om leaseoplossingen aan particulieren aan te bieden, en natuurlijk in Poppy , dat abonnementsformules aanbiedt om het leven van onze klanten gemakkelijker te maken. Er is echt een zeer grote vraag naar deze dienst. Op sommige momenten hebben we zelfs voertuigen tekort!”
l2f: Op het gebied van autodelen biedt Poppy weerstand tegen talrijke concurrenten die het hebben geprobeerd, maar uiteindelijk België hebben verlaten. Ik denk daarbij aan DriveNow of meer recentelijk aan Miles…
D.G.: “Weet u, de mobiliteit in Brussel en Antwerpen is niet dezelfde. De topografie van de steden is verschillend. Het openbaar vervoer is verschillend. Wij kennen de Belgische markt, we weten in welke wijken we prioritair aanwezig moeten zijn en in welke wijken het geen zin heeft om aanwezig te zijn. We weten ook wanneer er een specifiek evenement of een specifieke locatie is waar op een bepaalde datum en/of op een bepaalde plaats veel voertuigen nodig zijn. Kennis van Brussel en zijn straten is essentieel om succesvol te zijn in de autodeelbusiness. We zijn al sinds 1805 in België, nog voor de oprichting ervan… We kennen het land dus door en door! Poppy is een dienst waarin we zullen blijven investeren en ik ben zelfs blij te kunnen zeggen dat Poppy sinds kort winstgevend is!”
l2f: En de andere start-ups?
D.G.: “Als we naar alle start-ups samen kijken, zijn ze winstgevend. We blijven bijvoorbeeld veel investeren in Mbrella, een softwareontwikkelingsbedrijf, en we zullen dat zeker nog twee jaar blijven doen, maar daarna zal het winstpotentieel enorm zijn. D’Ieteren Energy en Lucien zijn ook al winstgevend.
Als we alle activiteiten van Lab Box in ogenschouw nemen, draagt het vandaag bij aan de activiteiten van D’Ieteren. Het was een gok en we mogen ons gelukkig prijzen dat die gok goed is uitgedraaid. Vandaag hebben alle start-ups die er nog zijn hun markt gevonden, hebben ze zeer hoge klanttevredenheidscijfers en brengen ze tienduizenden klanten naar D’Ieteren die we via de automobielsector niet konden bereiken. En er zijn nog tienduizenden klanten in de automobielsector die onze andere activiteiten nog niet kennen. Het resterende potentieel is dus nog enorm. En dat is nog een reden waarom het zo belangrijk is dat al onze activiteiten hier in één hal op Heizel zijn ondergebracht.”
Mobiliteitsbudget? “Ja, maar…”
l2f: Is het denkbaar dat u in de toekomst pakketten zult aanbieden aan klanten? Bijvoorbeeld: een leaseauto met een laadpunt inbegrepen in het contract en als bonus een fiets via Lucien om het mobiliteitsbudget aan te vullen? En dat allemaal aangeboden in de showroom, zodat de klant niet naar verschillende plaatsen hoeft te gaan?
D.G.: “Voor onze B2B-klanten is dat al het geval. We hebben teams samengesteld zodat ze nog maar één aanspreekpunt hebben. Maar we hebben nog geen pakket, dat klopt… U moet zich realiseren dat we deze jonge bedrijven eerst moesten opzetten en er zeker van moesten zijn dat ze levensvatbaar waren en de klant konden bedienen. En nu moeten we twee totaal verschillende werelden met elkaar laten samenwerken. De autowereld, die gebruikmaakt van IT-tools, moet communiceren met start-ups… Dat is soms ingewikkeld vanuit technologisch oogpunt. Het samenstellen van het aanbod vereist ook enige knowhow, omdat het producten betreft die nog niet bestaan.
Ook de verwachtingen van klanten zijn niet allemaal hetzelfde. Een particuliere klant is bijvoorbeeld helemaal niet geïnteresseerd in een pakket. Hij wil gewoon shoppen. Zijn auto kopen, praten over zijn laadpaal, zijn fiets… Een alles-in-één-oplossing interesseert hem niet. Voor de fleetklant is dat anders: hij verwacht dat we hem het leven gemakkelijk maken en alles in één pakket aanbieden. Op het vlak van beheer en contactpersonen hebben we alles wat nodig is. Maar wat het aanbod betreft: een pakket met één factuur aanbieden, dat is nog niet het geval. Maar we werken eraan…
Via VDFin hebben we daarentegen aanbiedingen met auto’s, inclusief alle bijbehorende diensten, maar ook met laadstations en fietsen. De plaatsing van de laadpaal is bijvoorbeeld nog niet inbegrepen. Want hoewel de kosten van de laadpaal zelf gemakkelijk te berekenen zijn, variëren die voor de plaatsing sterk. Die zijn namelijk afhankelijk van de capaciteit van het netwerk en het aantal meters kabel dat nodig is voor de installatie. Geen twee projecten zijn hetzelfde. En ook hier verschillen de regels sterk van bedrijf tot bedrijf. Bij sommige bedrijven is de laadpaal eigendom van de bestuurder, bij andere is dat pas na een aantal jaar het geval. Weer andere bedrijven besluiten om hoe dan ook eigenaar van de laadpaal te blijven… Er zijn zoveel speciale gevallen dat het te complex wordt. En in dit geval is meer niet altijd beter.”
l2f: Het mobiliteitsbudget, gelooft u daarin?
D.G.: “Ik ben een fervent voorstander van het mobiliteitsbudget, maar ik ben fundamenteel tegen de pijler die het mogelijk maakt om huisvestingskosten terug te betalen. Ten eerste omdat we het hebben over mobiliteit en niet over huisvesting. Ten tweede: als sommige politici vandaag al moeite hebben met bedrijfswagens, zullen ze morgen nog meer moeite hebben met huisvesting die wordt betaald door het bedrijf. Ten derde omdat dit in strijd is met de flexibiliteit van de arbeidsmarkt. Neem bijvoorbeeld een werknemer die een woning heeft kunnen kopen in een gewilde wijk binnen een straal van 10 km van zijn werkplek en die hij dus heeft kunnen financieren met zijn mobiliteitsbudget omdat hij zich een dergelijke woning niet met zijn eigen geld had kunnen veroorloven. Als zijn bedrijf morgen verhuist naar een locatie die verder dan 10 km ligt, wat gebeurt er dan met zijn terugbetaling? Kan hij zijn woning nog steeds betalen met zijn mobiliteitsbudget, terwijl hij niet meer aan de criteria voldoet? Politici hebben absoluut niet nagedacht over deze situaties.
En dan hebben we het nog niet eens over al diegenen die valsspelen en een woning hebben gekocht op minder dan 10 km afstand en doen alsof ze daar wonen, terwijl ze in werkelijkheid die woning onderverhuren en zo dubbel profiteren… Er is geen enkele controle…
Tot slot nog één ding: we streven naar emissievrije mobiliteit. Maar voor de terugbetaalde appartementen of huizen gelden geen milieubeperkingen. Je kunt dus zonder zorgen je mobiliteitsbudget gebruiken om te investeren in een energieverslindende woning… Dat is volstrekt absurd!
“Als we alle activiteiten van Lab Box in aanmerking nemen, levert het vandaag bij aan de activiteiten van D’Ieteren.”
Denis Gorteman, CEO D’Ieteren
De toekomst van SEAT
l2f: Voordat we afsluiten, hoe ziet u het jaar 2026?
D.G. : ‘Ik kijk optimistisch en positief naar het komende jaar. Ik denk dat we niet opnieuw een situatie zoals in 2025 zullen meemaken, toen de discussie over hybridevoertuigen vanaf februari een rem zette op de verkoop en voor veel onzekerheid zorgde bij zowel de klanten als bij ons. Die situatie heeft ons vorig jaar tussen de 10.000 en 15.000 inschrijvingen op de markt gekost. We komen nu in een stabielere situatie terecht… Europa heeft zich ook uitgesproken over 2035. En hoe dan ook, als we naar de Belgische markt kijken, zijn het niet de Europese beslissingen die deze beïnvloeden. Wat wel van invloed is, zijn de lokale belastingen en de kwaliteit van de auto’s. Ik zal aan het eind van het jaar tevreden zijn, wanneer onze nieuwe modellen op de markt komen.”
l2f: Nog een laatste vraag: we hebben vaak gehoord dat SEAT zou verdwijnen… Hoe zit dat uiteindelijk?
D.G.: “In België verkopen SEAT en Cupra nog steeds evenveel auto’s, waarbij SEAT momenteel geen emissievrije modellen heeft. Maar SEAT stelt ons in staat om toegankelijk te blijven voor een ander type klant door betaalbare kleine auto’s aan te bieden. In dat segment heeft SEAT zijn bestaansrecht. En ik ben dan ook erg blij als we alles kunnen behouden. Ik ben helemaal niet van plan om SEAT uit de portefeuille te halen. Ik ben niet op de hoogte van plannen om bepaalde modellen te elektrificeren. Tegelijkertijd heeft Cupra zijn plaats gevonden in onze groep. Het is een merk met een zeer uitgesproken design dat ons ook een nieuw type klanten oplevert.”