Jean-Luc Crucke, Minister van Mobiliteit: “tot 22% van de verplaatsingen en 10% van de km afgelegd met de fiets tegen 2040”
De federale enquête woon-werkverkeer brengt sinds 20 jaar systematisch in kaart hoe werknemers zich verplaatsen van en naar het werk. Hier zijn de 5 belangrijkste trends uit het laatste onderzoek.
1. Verdubbeling van het modale aandeel van de fiets over 20 jaar
Het fietsgebruik voor woon-werkverplaatsingen is de voorbije 20 jaar meer dan verdubbeld. In België steeg het modale aandeel van 7,8% in 2005 naar 16,5% in 2024.
Het aandeel van het openbaar vervoer in het woon-werkverkeer blijft al 20 jaar vrijwel stabiel. Het gemotoriseerde privévervoer daalt gestaag. Over een periode van 20 jaar zakt het aandeel van de wagen van 66,8% naar 61,4%.
2. Duurzame modi zijn sterker vertegenwoordigd binnen de steden
Als we de modale verdeling analyseren voor de factor stedelijke/niet-stedelijk, zien we dat de duurzame modi (openbaar vervoer en actieve modi) het sterkst vertegenwoordigd zijn binnen de steden. Algemeen in België gebruikt binnen de steden 27% van de werknemers het openbaar vervoer om naar het werk te gaan.
Dit verschil komt duidelijk voort uit de betere toegankelijkheid van het openbaar vervoer in steden. Ook het gebruik van de fiets kent een sterkere evolutie binnen de steden.
3. De toegankelijkheid en de afstand zijn de belangrijkste factoren die invloed hebben op de modale verdeling
Er bestaat een sterk verband tussen de modale verdeling en de toegankelijkheid van het openbaar vervoer. In gebieden waar het openbaar vervoer minder toegankelijk is, wordt het bijna niet gebruikt.
Ook de afstand van de woon-werkverplaatsing beïnvloedt sterk de keuze van vervoerswijze. De wagen blijft het meest gebruikte vervoermiddel in alle afstandscategorieën, met een piek van 75% bij trajecten van 15 tot 30 km. Bij afstanden onder 15 km speelt het aandeel van de actieve modi een belangrijke rol. Het gebruik van de trein wint aan belang naarmate de afstanden groter worden, met een aandeel van 34% voor trajecten van meer dan 30 km.
4. Er komen steeds meer maatregelen voor duurzame mobiliteit
De voorbije 20 jaren namen werkgevers steeds meer initiatieven om de mobiliteit van de werknemers te verbeteren. Het gaat onder ander over de fietsvergoeding, fietsenstallingen, douches en kleedruimtes. Maar natuurlijk ook het aanbieden van een bedrijfswagen en het mogelijk maken van telewerk.
5. Telewerk vermindert het aantal verplaatsingen maar lost niet alle mobiliteitsproblemen op
Een andere structurele verandering is de evolutie naar een hybride vorm van werken met zowel dagen op de vestiging als telewerkdagen.
In 2024 werd in 63% van de vestigingen telewerk aangeboden en 37% van alle werknemers die deelnamen aan de enquête maken er effectief gebruik van, waardoor ongeveer 13% van het woon-werkverkeer kan worden vermeden.
Jean-Luc Crucke, minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie, belast met Duurzame Ontwikkeling: “Deze enquête bevestigt een positieve dynamiek: in twintig jaar tijd is het aandeel van de fiets verdubbeld. Met het plan Be Cyclist 2.0 willen wij nog verder gaan en komen tot 22% van de verplaatsingen en 10% van de kilometers afgelegd met de fiets tegen 2040, in nauwe samenwerking met de gewesten. Dit vereist sterkere fiscale stimulansen, een betere combinatie fiets/trein, meer veiligheid voor fietsers en een “mobiliteitsbudget voor iedereen”, zoals voorzien in het regeerakkoord. Op mijn initiatief zal dit rapport worden voorgelegd en besproken tijdens de Interministeriële Conferentie van de ministers van Mobiliteit om een coherente en ambitieuze aanpak op nationaal niveau te waarborgen.”