Tijdelijke energiesteun voor woon-werkverkeer: een flop
Nu de prijzen aan de pomp opnieuw erg hoog staan en de discussie over nieuwe energiesteunmaatregelen terug oplaait, maakt hr-expert Acerta de balans op van de vorige maatregel die de regering als gevolg van de oorlog in het Midden-Oosten in het leven riep. Die blijkt nauwelijks gebruikt: minder dan 1 op de 1000 bedrijven verhoogde de woon-werkvergoeding voor werknemers zonder tank- of laadkaart. 0,33% van de werknemers ontving een verhoogde werkgeverstussenkomst in mei en juni, in juli (de laatste maand waarin de maatregel van kracht was) was dat 0,63%. Dat blijkt uit een analyse van Acerta op basis van de eerste volledige cijfers, aan de hand van de reële data van 288.000 werknemers en 23.000 werkgevers. “Een combinatie van factoren heeft ervoor gezorgd dat de energiesteunmaatregel niet aansloeg bij ondernemingen”, aldus de experten van Acerta.
De prijzen aan de pomp staan alweer erg hoog. Dat was ook het geval in het voorjaar, waardoor de federale regering een tijdelijk pakket aan energiesteunmaatregelen voor werkgevers en werknemers goedkeurde. Zo konden bedrijven gedurende drie maanden (mei tot en met juli) een hogere werkgeverstussenkomst uitkeren aan werknemers die hun woon-werkverkeer met de eigen wagen, een bedrijfswagen (indien geen tussenkomst in brandstof-/laadkosten) of via carpooling aflegden. Maar die maatregel is nauwelijks gebruikt, blijkt uit een eerste volledige analyse van Acerta.
Tijdens de eerste twee maanden waarin werkgevers een verhoogde tussenkomst konden uitkeren, dus mei en juni, maakte slechts 0,01% van de werkgevers daar werk van. 0,33% van de werknemers kreeg in die maanden een verhoogde vergoeding. Ook het gemiddelde bedrag per werknemer bleef beperkt: 11,01 euro extra in mei, 12,68 euro in juni. In juli nam het aantal werkgevers met een verhoogde tussenkomst toe, maar hun aandeel bleef beperkt tot 0,10%, zo’n 1 op de 1.000. Daardoor genoot in totaal 0,63% van de werknemers tijdelijk extra financiële steun voor het woon-werkverkeer. Het gemiddelde bedrag per werknemer steeg wel naar 17,14 euro.
Frederic Hespel, expert verloning bij Acerta: “Dat de tijdelijk verhoogde werkgeverstussenkomst niet aansloeg, heeft verschillende mogelijke verklaringen. Om te beginnen, volgen heel wat werkgevers de vergoedingen voor woon-werkverkeer vastgelegd op sectorniveau. De verhoogde tussenkomst was ook slechts een tijdelijke maatregel, die werkgevers in eerste instantie zelf moesten financieren, terwijl het economisch moeilijke tijden zijn. De maatregel was bovendien complex om toe te passen en gold enkel voor verplaatsingen met de wagen, terwijl almaar meer werknemers juist met de fiets naar het werk pendelen. Werkgevers kregen wel een volledige of gedeeltelijke compensatie via een belastingkrediet, maar dat kon maximaal slechts 0,10 euro per kilometer en maximum 20% van de referentievergoeding bedragen. Dat laatste is de vergoeding die de betrokken werkgever vooraf al toekende op 1 april 2026. Los van dat allemaal is het belangrijk dat werkgevers steeds alle opties van steunmaatregelen tegen het licht houden. Op voorwaarde wel dat ze administratief te dragen zijn en financieel voldoende verlichten.”