Enquête Ethias: auto blijft onmisbaar voor Belgen, ondanks energiecrisis
In januari 2026 peilde Ethias, samen met Ipsos, bij Belgen naar hun mobiliteitsgewoonten, verwachtingen en houding tegenover nieuwe verplaatsingsvormen. Tegen de achtergrond van de energiecrisis en de stijgende brandstofprijzen wilde Ethias die inzichten actualiseren. Daarom werd recent een tweede enquête uitgevoerd. De conclusie is duidelijk: de auto blijft het dominante vervoermiddel van de Belgen. Toch geeft bijna 4 op de 10 Belgen aan dat ze hun mobiliteitsgewoonten al hebben aangepast.
De enquête van Ethias en Ipsos brengt verschillende interessante inzichten naar voren. Zo blijft de auto het dominante vervoermiddel in België, ondanks de sterk gestegen brandstofprijzen. Wel geven 4 op de 10 Belgen aan dat ze sinds het begin van de energiecrisis bepaalde mobiliteitsgewoonten hebben aangepast. Daarnaast wint de fiets terrein, vooral in Vlaanderen en in de steden, en voor woon-werkverplaatsingen.
Verder wekken elektrische voertuigen wel interesse, maar wordt hun doorbraak nog altijd afgeremd door de kostprijs, de autonomie en de laadinfrastructuur. Ook gedeelde mobiliteit wekt interesse, maar is vandaag nog niet echt ingeburgerd. Ten slotte blijven de verschillen tussen regio’s en generaties uitgesproken: vooral in Wallonië en in landelijke gebieden blijft de afhankelijkheid van de auto groter.
Energiecrisis of niet: auto blijft centraal in mobiliteit van Belgen
Ondanks de forse stijging van de brandstofprijzen en de spanningen op de energiemarkt blijft de auto veruit het dominante vervoermiddel in België.
Uit de eerste enquête (januari 2026) blijkt dat:
- 81% van de Belgen zijn eigen wagen gebruikt als vervoermiddel;
- 60% de eigen wagen als belangrijkste vervoermiddel beschouwt (59% in Vlaanderen, 37% in Brussel en 71% in Wallonië).
De resultaten tonen ook aan dat Belgen in hun dagelijkse verplaatsingen nu al verschillende vervoermiddelen combineren:
- 57% verplaatst zich regelmatig te voet, van wie 12% hoofdzakelijk te voet gaat;
- 48% gebruikt de eigen fiets, van wie 12% de fiets als voorkeursmiddel beschouwt;
- 46% gebruikt het openbaar vervoer, dat ook door 12% van de respondenten als belangrijkste oplossing wordt gezien;
- 6% gebruikt een motor, van wie 1% de motor als voorkeursmiddel gebruikt;
- 5% gebruikt een eigen step.
Gedeelde mobiliteit blijft voorlopig beperkt:
- 6% gebruikt deelwagens, van wie 1% als voorkeursoplossing;
- 4% gebruikt deelfietsen;
- 3% gebruikt deelsteps.
Ondanks de energiecontext toont de tweede enquête van enkele weken dat de gebruikte vervoersmiddelen globaal stabiel blijven, terwijl vooral de verplaatsingsgewoonten evolueren.
Het aandeel Belgen dat de auto als hoofdvervoermiddel gebruikt, daalt licht van 60% naar 56%, maar die evolutie blijft binnen de foutenmarge. Het is dan ook moeilijk om hierin al het begin van een echte structurele trend te zien.
De vaststelling blijft dus grotendeels dezelfde: ondanks de druk op het budget blijft de auto voor veel Belgen moeilijk te vervangen.
Bijna 4 op de 10 Belgen pasten hun verplaatsingsgewoonten al aan door energiecrisis
De energiecrisis zet 38% van de Belgen (bijna 4 op de 10) ertoe aan om bepaalde mobiliteitsgewoonten aan te passen, zowel voor privé- als voor professionele verplaatsingen. Zie hieronder.
Van de mensen die hun gebruik van vervoermiddelen hebben aangepast:
- gebruikt 88% minder vaak de eigen wagen;
- neemt 75% vaker de fiets;
- gebruikt 45% vaker het openbaar vervoer.
Ook tussen regio’s en tussen mannen en vrouwen zijn duidelijke verschillen zichtbaar.
Zo passen Walen hun gebruik van vervoermiddelen minder vaak aan:
- 63% van de Vlamingen en Brusselaars die hun gewoonten hebben aangepast, zegt bepaalde vervoermiddelen vaker of minder vaak te gebruiken;
- bij de Walen is dat 36%.
Walen hebben dan weer meer de neiging om hun verplaatsingen te bundelen en zo het aantal ritten te beperken: 52% zegt dat te doen, tegenover 33% in Vlaanderen en Brussel.
Mannen en vrouwen geven even vaak aan dat ze hun mobiliteitsgewoonten hebben aangepast. Bij degenen die dat hebben gedaan, blijken mannen wel vaker hun gebruik van vervoermiddelen aan te passen: 61% zegt bepaalde verplaatsingsmiddelen anders te gebruiken, tegenover 46% van de vrouwen; mannen zijn ook vaker geneigd om meer te telewerken (18%, tegenover 9% van de vrouwen).
De overstap naar nieuwe verplaatsingsvormen blijft voorlopig beperkt. Bijna 7 op de 10 Belgen zeggen dat ze, ondanks de huidige context, geen nieuwe vervoermiddelen overwegen. Bij wie daar wel over nadenkt, worden vooral te voet gaan (11%) en het openbaar vervoer (9%) genoemd als mogelijke alternatieven.
Van de Belgen die hun verplaatsingsgewoonten nog niet hebben aangepast, geeft 27% wel aan dat ze hun autogebruik zouden kunnen verminderen als de crisis blijft aanhouden.
De barometer toont ook dat die aanpassingen blijvend kunnen zijn: 78% van de mensen die nieuwe gewoonten hebben aangenomen, zegt die te willen behouden, zelfs als de brandstofprijzen zouden stabiliseren of dalen.
Tot slot blijkt, misschien tegen de verwachtingen in, dat de stijgende brandstofprijzen de interesse van de Belgen voor elektrische voertuigen niet doen toenemen.
Los van de crisis: Belgische mobiliteit is volop in beweging
Deze tweede enquête van Ethias en Ipsos meet de directe impact van de huidige energiecontext op de verplaatsingsgewoonten van de Belgen. Maar de eerste enquête, die in januari 2026 werd uitgevoerd, legt ook bredere onderliggende trends bloot in de Belgische mobiliteit.
Fietsgebruik, elektrificatie, gedeelde mobiliteit en verschillen tussen regio’s en generaties: de resultaten tonen dat onze mobiliteit steeds diverser wordt.
Fiets wint terrein, vooral in Vlaanderen en in steden
Het gebruik van de fiets neemt geleidelijk verder toe. Vandaag zegt bijna 1 Belg op de 2 (48%) de fiets als vervoermiddel te gebruiken, ook al is hij zelden het belangrijkste verplaatsingsmiddel.
Die dynamiek is vooral uitgesproken in Vlaanderen. Van de bevraagde fietseigenaars woont maar liefst 77% in Vlaanderen, tegenover 15% in Wallonië en 8% in Brussel.
Van de fietseigenaars:
- bezit 50% een stadsfiets,
- heeft 43% een elektrische fiets,
- bezit 6% een koersfiets,
- heeft 1% een speedpedelec.
Elektrische modellen zijn vaker terug te vinden bij 35-plussers, terwijl jongeren nog vooral voor klassieke fietsen kiezen.
De markt blijft duidelijk gedomineerd door aankoop:
- 72% van de fietsen werd nieuw gekocht,
- 24% werd tweedehands gekocht,
- 4% wordt geleased via de werkgever.
De fiets spreekt alle generaties aan, met een vrij evenwichtige verdeling over de verschillende leeftijdsgroepen.
De fiets is ook duidelijk aanwezig in het woon-werkverkeer: 47% van de eigenaars zegt de fiets te gebruiken om naar het werk te gaan. Dat gebeurt nog vaker in de grote steden, en vooral in Brussel:
- 68% van de Brusselse fietsers gebruikt de fiets voor professionele verplaatsingen,
- tegenover 48% in Vlaanderen,
- en 30% in Wallonië.
Ook het verschil tussen stedelijke en landelijke gebieden is duidelijk:
- 54% van de fietsers in de stad gebruikt de fiets om naar het werk te gaan,
- tegenover 40% in landelijke gebieden.
De energiecrisis lijkt die trend nog te versterken: van de Belgen die hun verplaatsingsgewoonten hebben aangepast, zegt 75% dat ze de fiets vaker gebruiken dan vroeger.
Ook de elektrische fiets lijkt de mobiliteitsgewoonten te veranderen. Dankzij de elektrische ondersteuning worden langere afstanden haalbaarder. Zo geven sommige respondenten aan dat ze vandaag meerdere kilometers fietsen om naar het werk te gaan, terwijl ze vroeger daarvoor de auto of het openbaar vervoer namen.
Elektrische voertuigen: tussen interesse en twijfel
Elektrische voertuigen winnen aan belangstelling in België, maar in het dagelijkse gebruik blijft de echte doorbraak voorlopig beperkt.
Vandaag:
- bezit 8% van de autobezitters een elektrisch voertuig;
- overweegt 36% van de Belgen om binnen 3 jaar of later over te stappen op elektrisch rijden.
- Vooral jongeren en inwoners van stedelijke gebieden, en dan in het bijzonder Brussel, staan meer open voor die overgang.
De belangrijkste redenen om elektrisch rijden te overwegen zijn:
- de milieuvoordelen,
- de besparing op verbruikskosten,
- het rijcomfort,
- en de fiscale voordelen.
Maar er blijven ook belangrijke drempels:
- de aankoopprijs,
- de laadinfrastructuur,
- de autonomie,
- vragen rond de batterijen,
- en het gebrek aan duidelijkheid over de regelgeving.
Ook de interesse voor tweedehands elektrische voertuigen is gematigd: 22% van de automobilisten zegt de aankoop van een tweedehands elektrisch voertuig te overwegen, vooral omdat de aankoopprijs toegankelijker is. Tegelijk uiten respondenten nog verschillende bezorgdheden, onder meer over de levensduur van de batterijen.
De studie toont dus aan dat er nog altijd enige aarzeling bestaat rond elektrisch rijden: de interesse is er, maar veel Belgen vinden dat de nodige voorwaarden nog niet vervuld zijn om effectief de stap te zetten.
De tweede enquête toont bovendien dat de sterke stijging van de brandstofprijzen de belangstelling van de Belgen voor elektrische voertuigen voorlopig niet heeft doen toenemen.
Gedeelde mobiliteit spreekt aan in theorie, maar veel minder in de praktijk
Autodelen spreekt aan, maar het gebruik blijft nog beperkt.
Vandaag:
- zegt slechts 6% van de Belgen gebruik te maken van carsharing-oplossingen;
- geeft 46% wel aan dat ze in de toekomst minstens één vorm van gedeelde mobiliteit zouden overwegen. Het kan dan gaan om autodeeldiensten, het uitlenen van een voertuig tussen particulieren, het gebruik van de wagen van een familielid of kennis, of de gezamenlijke aankoop van een auto.
Het gebruik blijft vooral geconcentreerd:
- bij 18- tot 44-jarigen,
- in stedelijke gebieden,
- en in het bijzonder in Brussel.
De studie legt zo een duidelijke kloof bloot tussen de interesse die mensen tonen voor deze nieuwe vormen van mobiliteit en het werkelijke gebruik ervan in het dagelijkse leven.
Bovendien ligt de bereidheid duidelijk hoger voor georganiseerde carsharing-diensten dan voor het delen van de eigen wagen. Dat toont aan dat vertrouwen en aansprakelijkheid voor veel Belgen doorslaggevende aandachtspunten blijven.
Verschillende drempels blijven de doorbraak van deze nieuwe mobiliteitsvorm afremmen:
- vragen rond aansprakelijkheid,
- verzekeringskwesties,
- en een gebrek aan vertrouwen tussen gebruikers.
Gedeelde mobiliteit lijkt voor de meeste Belgen dan ook eerder een aanvullende of occasionele oplossing dan een volwaardig alternatief voor de eigen wagen.
Mobiliteit blijft sterk verschillen naargelang regio en generatie
De barometer bevestigt dat niet alle Belgen over dezelfde mobiliteitsmogelijkheden beschikken.
Vlaanderen lijkt verder te staan in het gebruik van de fiets en van multimodale oplossingen. Brussel combineert dan weer vaker openbaar vervoer, gedeelde mobiliteit en alternatieven voor de eigen wagen. In Wallonië en in landelijke gebieden blijft de afhankelijkheid van de auto groter, omdat de alternatieven daar vaak beperkter zijn.
Ook tussen generaties zijn er verschillen: jongeren staan meer open voor nieuwe vormen van mobiliteit, waaronder autodelen en multimodale oplossingen. Die openheid blijft voorlopig wel meer zichtbaar in de intenties dan in het werkelijke gebruik.
Tussen bereidheid tot verandering en realiteit op het terrein
Uit het kwalitatieve onderzoek blijkt dat mobiliteit als een steeds complexere oefening wordt ervaren. Het aantal oplossingen neemt toe, er komen nieuwe regels bij, de infrastructuur verschilt sterk van plaats tot plaats, verschillende vervoermiddelen moeten naast elkaar bestaan en ook het budget speelt een belangrijke rol. De mogelijkheden waren nog nooit zo talrijk, maar dat maakt dagelijkse verplaatsingen niet noodzakelijk eenvoudiger.
De deelnemers verwijzen regelmatig naar:
- een gebrek aan duidelijkheid;
- moeilijkheden om vaste gewoonten los te laten;
- infrastructuur die soms onvoldoende is;
- de nood aan eenvoudige, betrouwbare en voorspelbare oplossingen in het dagelijkse leven.

