Het mobiliteitsbudget groeit… maar blijft een hoofdbreker voor HR policies
Het mobiliteitsbudget blijft groeien in België, maar het wordt nog altijd beperkt benut. Achter deze cijfers schuilt een meer strategische realiteit: deze tool zet HR policies op hun kop, maar slaagt er nog niet in zich al echt als standaard te vestigen.
Volgens de meest recente gegevens van de RSZ is het totale bedrag van het mobiliteitsbudget in vier jaar tijd verviervoudigd, tot bijna 224 miljoen euro in 2025. Een spectaculaire groei. Toch maken vandaag slechts 22.618 werknemers er gebruik van, verspreid over minder dan 2.000 bedrijven.
Die kloof is veelzeggend. Ze wijst op een structurele moeilijkheid: het mobiliteitsbudget integreren in een coherent verloningsbeleid.
Want in tegenstelling tot de bedrijfswagen, die eenvoudig te begrijpen en zeer duidelijk is voor de werknemer, vereist het mobiliteitsbudget een verandering van paradigma. Het gaat niet langer om het toekennen van een gestandaardiseerd voordeel, maar om het aanbieden van een flexibel, geïndividualiseerd en… complex systeem.
Succes van pijler 2
In de praktijk illustreren de keuzes van werknemers deze verandering. Bijna 85% van de begunstigden kiest voor de tweede pijler van het mobiliteitsbudget, die gericht is op duurzame mobiliteit en huisvestingskosten. Het gemiddelde bedrag dat hiervoor wordt gebruikt, is in drie jaar tijd bijna verdubbeld en bedraagt 9.415 euro in 2025.
De eerste pijler van het mobiliteitsbudget – die de financiering van een milieuvriendelijkere wagen mogelijk maakt – wordt slechts door 7,10% van de begunstigden gekozen. Met andere woorden: het mobiliteitsbudget wordt niet gebruikt als een rechtstreeks alternatief voor de bedrijfswagen, maar eerder als een aanvulling of herverdeling.
Het resultaat: bedrijven moeten twee systemen parallel beheren. Enerzijds een grotendeels geëlektrificeerde vloot, anderzijds een flexibel mobiliteitssysteem dat nog steeds weinig gebruikt wordt.
De derde pijler van het mobiliteitsbudget bevestigt dit nog meer. Eén op de twee personen houdt op het einde van het jaar een saldo over, goed voor meer dan 13% van het totale budget. Een deel van het budget wordt dus eerder als een soort bonus gezien dan als een hefboom voor mobiliteit.

