Vier mythes over voertuigdiefstal die fleetmanagers zich niet meer kunnen veroorloven
Georganiseerde criminele netwerken achter voertuigdiefstal worden steeds professioneler. Ze kennen de beveiligingssystemen van voertuigen, zoeken gericht naar zwakke plekken en beschikken over technologie om beveiligingsmaatregelen te omzeilen. Ook in België vormt voertuigdiefstal helaas geen uitzondering. In 2025 registreerde de Belgische Federale Politie 6.228 feiten rond autodiefstal, een stijging van ongeveer 8% ten opzichte van de 5.758 geregistreerde feiten in 2024. Veel wagenparken worden echter nog altijd beveiligd op basis van aannames die niet noodzakelijk meer aansluiten bij die veranderende praktijk. Ralf Urlings, Senior Sales Executive EMEA bij Geotab, werpt een kritische blik op vier van deze mythes.
Mythe 1: Met een tracker kun je een gestolen voertuig altijd terugvinden
Tracking werkt, maar de aanwezigheid van een tracker is geen garantie dat een gestolen voertuig ook daadwerkelijk kan worden gelokaliseerd en teruggevonden. Professionele diefstalnetwerken gebruiken vaak technieken die elektronische beveiliging en tracking verstoren of uitschakelen.
De consequenties van een gestolen bedrijfsvoertuig gaan verder dan de waarde van het voertuig zelf. Een voertuig valt uit, een opdracht kan niet worden uitgevoerd, er volgt mogelijk een verzekeringsclaim en een klant wacht op een levering of dienst.
Daarom kun je tracking beter zien als een systeem met meerdere lagen, in plaats van één apparaat dat alles moet doen. Door een voertuig op verschillende, onafhankelijke manieren te kunnen lokaliseren, ben je minder afhankelijk van één apparaat of verbinding.
Mythe 2: De ingebouwde beveiliging van het voertuig is voldoende
Ingebouwde voertuigsystemen zijn in de eerste plaats ontwikkeld voor voertuigbeheer en connectiviteit, en niet specifiek voor diefstalbeveiliging. De signalen, communicatieverbindingen en data die deze systemen leveren, zijn dan ook zeer nuttig voor fleet management. Bij sommige modellen speelt nog iets anders. In bepaalde voertuigen kan de bestuurder een privacymodus activeren, wat het delen van voertuigdata stopzet. Dat is een legitieme functie om de privacy van de bestuurder te beschermen, maar kan er tegelijk voor zorgen dat het voertuig niet langer via data te lokaliseren is. Georganiseerde diefstalnetwerken kennen dat soort kwetsbaarheden ondertussen maar al te goed.
Een tweede, onafhankelijk trackingsysteem voegt daarom een extra beveiligingslaag toe. Doordat dit systeem losstaat van de ingebouwde telematica, betekent het uitschakelen van één systeem niet automatisch dat het voertuig niet meer te traceren is. Door verschillende trackingtechnologieën te combineren, wordt het voor criminelen lastiger om een voertuig volledig uit beeld te laten verdwijnen.
Mythe 3: Diefstal kun je niet voorspellen
De meeste fleetmanagers zien voertuiglokalisatie als een reactief proces: een voertuig verdwijnt, er wordt een melding geactiveerd en de zoektocht begint. Tegen dan wordt de tijd om in te grijpen steeds korter.
Geofencing detecteert voertuigbewegingen in de nacht en geeft een waarschuwing bij het passeren van risicovolle landsgrenzen. Zo kan het systeem verdachte bewegingen signaleren nog vóór een diefstal wordt vastgesteld. De AI-algoritmen van Geotab signaleren bijvoorbeeld afwijkende bewegingspatronen op locaties en tijdstippen met een verhoogd diefstalrisico, vaak al ruim voordat een bestuurder meldt dat een voertuig vermist is.
Bij voertuigdiefstal telt elke minuut. Vroege detectie van verdachte bewegingen geeft fleetmanagers en beveiligingspartners extra tijd om in te grijpen.
Mythe 4: Dezelfde aanpak werkt in iedere Europese markt
Een aanpak die in Italië of Duitsland werkt, hoeft niet automatisch even effectief te zijn in België. De factoren die voertuigdiefstal in de hand werken verschillen sterk per land, net als de criminele netwerken die erachter zitten. Georganiseerde criminele groepen opereren via specifieke routes en verplaatsen gestolen voertuigen vaak snel over de grens, naar landen waar lokalisatie en terugvordering juridisch ingewikkelder kunnen worden. Ook de responstijden van de politie verschillen, net als de afspraken en procedures voor grensoverschrijdende samenwerking.
Een wagenpark dat bijvoorbeeld actief is in acht Europese landen heeft te maken met een ander risicoprofiel dan een wagenpark dat binnen één land opereert. Beveiliging die vanaf het begin is ontworpen met die complexiteit in gedachten, werkt anders dan een aanpak
Conclusie
Wat de vier mythes met elkaar verbindt, is dezelfde achterliggende aanname: dat voertuigbeveiliging vooral een productbeslissing is.
De professionalisering van voertuigcriminaliteit vraagt juist om een andere aanpak. Criminelen weten individuele beveiligingslagen steeds beter te omzeilen, dus het is riskant om alles afhankelijk te maken van één tracking systeem, één communicatieverbinding of één databron.
Geotabs benadering van stolen vehicle recovery is vanuit die gedachte opgebouwd: tracking via meerdere onafhankelijke signaalroutes, AI-gestuurde detectie die afwijkende voertuigbewegingen signaleert voordat een diefstal is bevestigd, en coördinatie via gevestigde beveiligingscentra. Wagenparken die deze aanpak hebben ingevoerd, behalen in verschillende Europese markten terugvindpercentages die ruim boven het marktgemiddelde liggen.
Ralf Urlings, Senior Sales Executive EMEA bij Geotab