Einde van deelsteps en deelfietsen in Brussel vervroegd naar 1 september
Slecht nieuws voor de aanbieders van deelsteps en deelfietsen in Brussel: de einddatum van hun activiteiten, oorspronkelijk voorzien voor begin 2027, is onverwacht vervroegd naar 1 september 2026. De operatoren hebben daardoor amper één maand de tijd om zich aan te passen en hun voertuigen uit de openbare ruimte te verwijderen.
De elektrische deelsteps verdwijnen vanaf 1 september 2026 uit het Brusselse straatbeeld, vier maanden vroeger dan oorspronkelijk gepland. Die vervroegde deadline is niet het gevolg van een politieke koerswijziging, maar van een beslissing van de Raad van State, die de vergunningen van de aanbieders van free-floating deelmobiliteit heeft vernietigd. Een onverwacht gevolg is dat ook de free-floating deelfietsen uit het straatbeeld verdwijnen.
Een gerechtelijke beslissing die de timing versnelt
De Brusselse regering had in juni al aangekondigd dat zij de elektrische deelsteps vanaf 1 januari 2027 wilde verbieden. Daarbij verwees ze vooral naar veiligheidsproblemen, hinder in de openbare ruimte en het gebruik van deze voertuigen bij criminele activiteiten.
Een beroep van Lime, een operator die bij de toekenning van de vergunningen in 2023 uit de boot was gevallen, gooide echter roet in het eten. De Raad van State oordeelde dat de vergunningsprocedure juridische onregelmatigheden vertoonde en vernietigde alle momenteel geldende vergunningen. Brussel Mobiliteit heeft de betrokken operatoren daarom gevraagd hun voertuigen uiterlijk tegen 1 september 2026 uit de openbare ruimte te verwijderen.
Deze beslissing treft niet alleen de deelsteps van Dott, Bolt en VOI, maar ook hun free-floating deelfietsen. Alleen het Villo!-netwerk, dat werkt met vaste stations, blijft normaal functioneren.
Zware klap voor de bedrijfsmobiliteit
Naast de gevolgen voor de dagelijkse gebruikers kan deze vervroegde verdwijning ook een impact hebben op ondernemingen die micromobiliteit hebben geïntegreerd in hun mobiliteitsbeleid.
Heel wat werkgevers bieden hun medewerkers vandaag abonnementen aan op platformen zoals Bolt of Dott aan via het mobiliteitsbudget, een mobiliteitskaart of een Mobility-as-a-Service-oplossing (MaaS). Deze diensten waren bijzonder geschikt om de ‘last mile’ af te leggen, bijvoorbeeld tussen een station en de werkplek of tussen twee professionele afspraken.
Vanaf 1 september verliezen deze abonnementen in Brussel dus een belangrijk deel van hun nut.
Vlootbeheerders zullen hun aanbod moeten aanpassen
Voor fleet- en mobility managers brengt deze evolutie verschillende aanpassingen met zich mee.
De eerste stap bestaat erin de medewerkers te identificeren die door deze maatregel worden getroffen, zodat abonnementen die nutteloos of slechts gedeeltelijk bruikbaar zijn, tijdig kunnen worden aangepast of stopgezet.
Vervolgens zullen ondernemingen hun mobiliteitsaanbod moeten herbekijken. Er bestaan verschillende alternatieven:
- Villo!-deelfietsen met vaste stations;
- privéfietsen of leasefietsen (elektrisch of klassiek);
- privésteps of leasesteps;
- openbaar vervoer;
- carpooldiensten;
- taxi’s of deelwagens.
Een signaal voor het mobiliteitsbudget
Enkele maanden voor de uitbreiding van het mobiliteitsbudget naar een veel groter aantal Belgische ondernemingen toont deze beslissing ook aan dat de mobiliteitsoplossingen die aan werknemers worden aangeboden, sterk afhankelijk blijven van de keuzes van lokale overheden.
Bedrijven die inzetten op een multimodaal mobiliteitsaanbod, zullen de evolutie van de regionale regelgeving dan ook nauwgezet moeten opvolgen en hun interne beleid snel moeten aanpassen wanneer bepaalde oplossingen verdwijnen of veranderen.
Hoewel de verdwijning van de deelsteps het einde van een tijdperk in Brussel markeert, verandert dit niets aan de noodzaak om efficiënte alternatieven voor stedelijke verplaatsingen aan te bieden. Het onderstreept vooral dat bedrijfsmobiliteit een domein is dat voortdurend evolueert en waarin de flexibiliteit van vlootbeheerders een echte strategische troef is geworden.