Fiscale aspecten van tweedehandsleasing
Door de kostendruk en de hoge brandstofprijzen wint tweedehandsleasing bij bepaalde kostenbewuste bedrijven, kmo’s, vzw’s en zelfstandigen aan populariteit. Met name de tweedehandsleasing van elektrische voertuigen verdient een bijzondere aandacht. Voor aanschaffingen in 2026 geldt voor deze voertuigen een fiscale aftrekbaarheid van 100% die tijdens de volledige looptijd behouden blijft. Controlerapporten van de batterij en specifieke garanties maken deze formule aantrekkelijk. Wij analyseren de diverse fiscale aspecten.
Principe van operationele leasing van een tweedehandsvoertuig
De operationele leasing van jonge, gecertificeerde tweedehandsvoertuigen wordt sinds enkele jaren door leasingmaatschappijen in België aangeboden. Deze formule beantwoordt aan een specifieke vraag van kmo’s, vzw’s en bedrijven die met kleinere budgetten hun vloot wensen op te bouwen met het oog op een lagere maandprijs en meer flexibiliteit. Doorgaans zijn de looptijden in deze formule korter dan bij een klassieke leasing. Verder wijkt een tweedehandsleasing niet af van de klassieke leasingformule, inclusief onderhoud, verzekering en bijstand. Het restwaarderisico blijft bij de leasingmaatschappij.
Een tweedehandsleasing kan ook een oplossing bieden voor de lange wachttijd op een nieuw voertuig.
Welk fiscaal regime?
De fiscale principes van een tweedehandsleasing wijken niet af van een klassieke leasing. Bij aankoop of financiële leasing geldt de datum van bestelbon of de aanschaffing. Bij operationele leasing, renting of huur geldt de datum van de ondertekening van de leasingovereenkomst van het tweedehandsvoertuig met de leasingmaatschappij.
Voorbeeld: een plug-invoertuig voor het eerst aangeschaft in 2023 die een vennootschap in 2026 tweedehands koopt of leaset, ondergaat de fiscale regels geldig tijdens het jaar 2026.
Concreet betekent dit dat het voertuig in 2026 en later voor 0% aftrekbaar is en zal zijn. Met de aanschaffing op de tweedehandsmarkt kan men dus nooit genieten van het oude fiscaal regime dat geldig was bij de eerste aankoop. Wij herhalen verder dat bij een verlenging van een lopend lease- of huurcontract de contractdatum van de verlenging geldt om het fiscaal regime te bepalen, tenzij de leasingmaatschappij vooraf alle parameters van een mogelijke verlenging bij de ondertekening van het oorspronkelijk leasingcontract aan de klant had medegedeeld (bijv. via een zogenoemde matrix).
De beperking van de btw-recuperatie (in de meeste gevallen 35%) loopt gelijk met die van een klassieke leasing van een nieuw voertuig. Indien een tweedehandsvoertuig onder de margeregeling wordt aangeschaft kan men geen btw recupereren.
Het fiscaal regime van volledig elektrische tweedehandsvoertuigen
De aanschaf van tweedehandse elektrische voertuigen kan vandaag fiscaal interessant zijn.
1. Fiscale aftrekbaarheid
Voor aanschaffingen in 2026 geldt een fiscale aftrekbaarheid van 100%. Dit fiscale percentage blijft behouden tijdens de volledige looptijd, ook voor tweedehandse elektrische voertuigen.
De fiscale afbouw start pas voor contracten afgesloten vanaf 2027 volgens onderstaande tabel.
| Jaar van aanschaf elektrisch voertuig | Fiscale aftrekbaarheid gegarandeerd over de volledige looptijd |
| 2026 | 100% |
| 2027 | 95% |
| 2028 | 90% |
| 2029 | 82.5% |
| 2030 | 75% |
| Vanaf 2031 | 67.5% |
2. Solidariteitsbijdrage
De lage solidariteitsbijdrage (actueel 33,93 euro per maand voor het jaar 2026) geldt ook voor tweedehandse elektrische voertuigen.
3. Voordeel alle aard
Het voordeel alle aard (VAA) wordt bij een elektrische tweedehandswagen berekend op de oorspronkelijke cataloguswaarde. In realiteit de nieuwprijs inclusief opties en werkelijk betaalde btw, zonder kortingen.
De aanschaffingsprijs van het tweedehandsvoertuig heeft geen belang. Er wordt wel rekening gehouden met de leeftijdscoëfficiënt. Vanaf het tweede jaar na de eerste inschrijving daalt de fiscale cataloguswaarde met 6% per jaar met een maximale korting van 30%. Ook voor tweedehandse elektrische voertuigen geldt het minimale CO2-percentage van 4% in de formule. Hierdoor blijft het voordeel van alle aard in realiteit laag.

