Gepubliceerd op 10 juli 2026 om 12:22
door Damien Malvetti

Laden in het buitenland: de onaangename verrassing die veel bestuurders van bedrijfswagens te wachten staat

Met een elektrische wagen op vakantie of op zakenreis vertrekken is vandaag de dag vanzelfsprekend geworden. Het aantal laadpunten is overal in Europa sterk toegenomen en dankzij de grotere actieradius van recente modellen kunnen lange afstanden zonder grote problemen worden afgelegd. Toch blijft er één valkuil bestaan: de kostprijs van publiek laden, vooral in het buitenland. Een recent onderzoek in Frankrijk toont prijsverschillen aan die voor een identieke laadsessie kunnen oplopen tot bijna 500%, afhankelijk van de gebruikte laadpas of app. Voor dezelfde kWh betaalt een bestuurder soms slechts enkele tientallen eurocenten, maar in andere gevallen meer dan één euro, vaak zonder zich daarvan bewust te zijn op het moment dat de wagen wordt aangesloten.

prix recharge ev

Als de car policy aan de grens stopt

Veel Belgische ondernemingen hebben geïnvesteerd in een complete laadoplossing: een laadpunt thuis, automatische terugbetaling van de elektriciteitskosten, een nationale laadpas en soms zelfs toegang tot een uitgebreid Europees laadnetwerk.

Maar dat is lang niet overal het geval. In heel wat car policies blijven laadsessies in het buitenland – bijvoorbeeld tijdens de vakantie – voor rekening van de bestuurder. Die moet dan zijn eigen laadpas, een mobiele app of zelfs zijn bankkaart gebruiken om de wagen op te laden.

Het probleem? Vaak ontdekt de bestuurder de prijs pas nadat de laadsessie is afgelopen.

Of het nu gaat om bestuurders die zelf een laadoplossing moeten voorzien of om bedrijven die een internationale laadoplossing aanbieden, de laadkosten in het buitenland blijven moeilijk vooraf in te schatten.

Een moeilijk in te schatten laadfactuur

In tegenstelling tot een klassiek tankstation hangt de prijs van een publieke laadsessie af van tal van factoren:

  • de exploitant van het laadpunt;
  • de aanbieder van de laadpas (eMSP);
  • de betaalmethode (laadpas, app of bankkaart);
  • het vermogen van de laadpaal;
  • eventuele vaste aansluitkosten;
  • een tarifering per kWh, per minuut… of een combinatie van beide.

Het resultaat? Twee bestuurders die aan dezelfde laadpaal laden, kunnen uiteindelijk een totaal verschillend bedrag betalen. Consumentenorganisaties klagen bovendien over een gebrek aan transparantie, waardoor het bijzonder moeilijk is om de prijzen vooraf met elkaar te vergelijken.

Meer verantwoordelijkheid voor bestuurders

Met een wagen met verbrandingsmotor koos de bestuurder gewoon het tankstation met de laagste prijs.

Met een elektrische wagen moet hij of zij ook de juiste laadpas kiezen.

Die nieuwe realiteit vraagt om een goede voorbereiding vóór vertrek:

  • de beschikbare laadpassen vergelijken;
  • de tarieven in het land van bestemming controleren;
  • nagaan welke laadnetwerken partner zijn;
  • de voorkeur geven aan apps die de werkelijke prijs tonen vóór de laadsessie wordt gestart.

Voor bestuurders die slechts af en toe in het buitenland laden, kan het prijsverschil tijdens een vakantierit al snel oplopen tot enkele tientallen of zelfs meer dan honderd euro.

Ook voor bedrijven heeft dit gevolgen

Ook wanneer een onderneming de privélaadsessies in het buitenland niet terugbetaalt, blijft dit een aandachtspunt.

Een medewerker die geconfronteerd wordt met een bijzonder hoge laadfactuur, kan daardoor een negatieve perceptie krijgen van elektrisch rijden. Nochtans is de gebruikerservaring vandaag een cruciale factor voor de aanvaarding van het elektrificatiebeleid binnen ondernemingen.

Fleetmanagers hebben er dan ook alle belang bij om duidelijk te communiceren over welke laadkosten al dan niet door de onderneming worden vergoed. Daarnaast doen ze er goed aan enkele laadpassen met gunstige roamingtarieven binnen Europa aan te bevelen en bestuurders bewust te maken van de soms aanzienlijke prijsverschillen.

Op weg naar meer transparantie?

De Europese regelgeving evolueert geleidelijk. De nieuwe vereisten uit de AFIR-verordening stimuleren onder meer de invoering van rechtstreekse betalingen met een bankkaart en verplichten een transparantere prijsweergave op nieuwe laadinfrastructuur. Toch blijft de markt vandaag sterk versnipperd, met tal van tussenpersonen die elk hun eigen tariefbeleid hanteren.

In afwachting van een verdere harmonisering blijft goede informatie de beste bescherming voor de bestuurder.

Want hoewel de actieradius vandaag nog nauwelijks voor stress zorgt, kan de prijs van een laadsessie nog altijd voor onaangename verrassingen zorgen.

Damien Malvetti

Damien Malvetti, redacteur van dit artikel

Damien Malvetti is opgeleid als journalist en gepassioneerd door wagens, technologie en mobiliteit. Hij is verantwoordelijk voor de redactionele inhoud van link2fleet en beschikt over een uitgebreide kennis van de fleet-sector en elektrische mobiliteit.

account_advantages

Maak vandaag uw gratis account aan en ervaar de beste leeservaring!

Uw voordelen:

  • Exclusieve toegang tot premium content: diepgaande analyses, intertviews & rapportages
  • Het wekelijks ontvangen van de actualiteit, trends en evenementen in uw mailbox.
  • Het bewaren van de artikels die u op een later tijdstip wenst te lezen of te delen met uw collega’s.
  • Een gepersonaliseerde pagina op basis van uw interesses en voorkeuren.