Tweedehandsleasing is booming business: meer flexibiliteit, lagere kosten en tevreden bestuurders
Tweedehandsleasing was lange tijd een nicheproduct binnen de fleetmarkt. Vandaag verandert dat snel. Nieuwe spelers bouwen er hun volledige businessmodel rond, terwijl grote leasingmaatschappijen hun jonge eindecontractwagens steeds vaker een tweede leven geven. Door stijgende voertuigprijzen, elektrificatie en de vraag naar flexibiliteit groeit occasieleasing uit tot een volwaardig alternatief. Link2fleet sprak met Sam Heymans (Lizy), Cédric Tilliet (Arval) en Sven Pauwels (Ayvens) over de toekomst van deze markt.
Toen elektrische wagens de bedrijfswagenmarkt begonnen te veroveren, ging alle aandacht naar nieuwe modellen, grotere batterijen en snellere laadtijden. Maar ondertussen ontstaat er een tweede beweging: ex-leasingwagens die nog in goede staat verkeren, worden opnieuw in de verhuur aangeboden.
Deze trend wordt versterkt door het feit dat leasemaatschappijen sinds 2024 niet de verwachte verkoopprijzen halen voor elektrische eindecontractauto’s. De vraag volgde simpelweg het groeiende aanbod niet. Het restwaardedieptepunt lijkt intussen achter ons te liggen volgens Autoscout24: in het eerste halfjaar van 2026 is de markt voor tweedehands elektrische wagens in België gestabiliseerd doordat de vraag stijgt en het aanbod krimpt. In het eerste semester werden 19.772 100% elektrische personenwagens ingeschreven, een stijging van 33,9% tegenover dezelfde periode vorig jaar. Hun marktaandeel bedraagt nu 5,9%, tegenover 4,0% in 2025.
Dat neemt niet weg dat de leasemaatschappijen hun eindecontractwagens vooral naar het buitenland verkopen en dus niet louter afhangen van de Belgische marktsituatie. Om de volumedruk enigszins te verlagen, kunnen ze teruggrijpen naar tweedehandsleasing. EV’s die bij aanvang van het eerste leasecontract te hoog waren ingeschaald qua restwaarde, kunnen verder worden afgeschreven tot hun boekwaarde onder de marktwaarde duikt of op zijn minst evenaart. Daarnaast spreken deze tweedehandsauto’s een nieuw publiek aan en kunnen ze dus nieuwe business genereren voor de verhuurder.
Waarom zou een onderneming voor tweedehandsleasing kiezen? Werd het vroeger vooral gezien als een manier om goedkoper te rijden, verandert het concept vandaag in een bredere mobiliteitsoplossing. Flexibiliteit onder de vorm van kortere looptijden, duurzaamheid en toegang tot premiumwagens spelen minstens zo’n belangrijke rol als de prijs.
“We kennen de volledige onderhoudshistoriek van de wagen. We kiezen de beste eruit.”
Cédric Tilliet, Product Manager bij Arval
Van experiment naar structureel aanbod
Bij de traditionele leasingmaatschappijen is tweedehandsleasing geëvolueerd van een opportuniteit naar een volwaardig product. Bij Ayvens begon het verhaal eerder toevallig, zegt Sven Pauwels, Communication Expert bij Belgiës grootste langetermijnverhuurder.
“Het begon met een lot jonge BMW’s met lage kilometerstanden die enkele jaren geleased waren door een consultancybedrijf. Die voertuigen waren einde contract, maar bleken nog bijzonder interessant om opnieuw aan te bieden in verhuur. Het werkte: ze vonden gretig aftrek. Na een evaluatie hebben we beslist om het project uit te breiden naar andere modellen.” Vandaag worden die voertuigen aangeboden onder de naam Ayvens Re-lease.
Ook Arval zet sterker in op hetzelfde principe met Arval Re-Lease. “We zijn daar in 2021 mee gestart, maar aanvankelijk was dat nog kleinschalig”, zegt Cédric Tilliet, Product Manager bij Arval. “De laatste twee à drie jaar is de focus duidelijk groter geworden. We beschikken over een grote vloot en Re-Lease laat ons toe om onze eigen voertuigen opnieuw in te zetten.”
Volgens Tilliet ligt daar meteen een belangrijk voordeel. “We kennen de volledige onderhoudshistoriek van de wagen. We kiezen de beste eruit. De voertuigen die bijvoorbeeld veel refurbishing vragen, worden niet weerhouden maar via de gebruikelijke kanalen verkocht aan handelaren.”
Anders dan bij Arval en Ayvens biedt Lizy enkel tweedehandsauto’s aan en is occasieleasing dus de corebusiness van deze nog vrij jonge onderneming. “Wij zien eigenlijk twee soorten klanten”, vertelt Sam Heymans, medeoprichter en CEO. “Enerzijds zijn er bedrijven die vandaag al een leasingoplossing hebben, maar actief op zoek gaan naar een flexibel en financieel interessant alternatief. Anderzijds heb je klanten die vroeger gewoon een tweedehandswagen zouden kopen en nu ontdekken dat leasing hen volledig ontzorgt. Ze hoeven zelf geen wagen aan te kopen, te verkopen of zich zorgen te maken over administratie en risico’s.”
Meer auto voor hetzelfde budget
Nieuwe wagens zijn de voorbije jaren aanzienlijk duurder geworden. Elektrificatie, technologische vereisten en hogere grondstofprijzen hebben de catalogusprijzen omhoog geduwd. Een jonge gebruikte wagen kan dan een interessant alternatief bieden.
“Het idee is dat een Re-Lease-wagen gemiddeld ongeveer twintig procent goedkoper is dan een vergelijkbare nieuwe leasing”, zegt Tilliet. “Dat betekent dat klanten ofwel dezelfde wagen kunnen rijden voor een lager budget, ofwel binnen hetzelfde budget toegang krijgen tot een hoger segment of een premiummerk.”
Die laatste reden wordt steeds belangrijker. Ook Ayvens ziet dat premiumwagens populair zijn binnen tweedehandsleasing. “Er zijn user-choosers binnen grotere ondernemingen die gewoon meer auto willen binnen hun beschikbare budget”, zegt Pauwels. “Premiummerken doen het daardoor heel goed. Bovendien kan er ook een voordeel zijn op vlak van voordeel alle aard, omdat dat daalt naarmate de wagen ouder wordt.”
Volgens Heymans speelt vooral bij Kmo’s de combinatie van prijs en flexibiliteit. “Veel bedrijven merken dat het moeilijker wordt om dezelfde wagenklasse als vroeger aan te bieden, omdat auto’s duurder geworden zijn. Tweedehandsleasing maakt het mogelijk om toch een aantrekkelijk aanbod te behouden. Tegelijk leent tweedehandsleasing zich perfect tot kortere looptijden, wat ze ideaal maakt voor startende werkgevers.”
“De accukwaliteit is eigenlijk geen issue. We voorzien altijd een State-of-Health-rapport zodat klanten duidelijk weten waar ze aan toe zijn.”
Sven Pauwels, Communication Expert bij Ayvens
Elektrische tweedehandswagens: batterijangst verdwijnt
Bij Lizy verschuift het aanbod ondertussen bijzonder snel richting elektrisch. “Vandaag is 70 tot 80 procent van onze nieuwe contracten volledig elektrisch”, zegt Heymans. “En we verwachten dat dit in de nabije toekomst richting 90 tot 95 procent zal evolueren.” Deze cijfers sluiten aan bij de algemene markttendens bij de nieuwe auto’s: 9 op 10 auto’s die vandaag besteld worden bij een Belgische leasemaatschappij, zijn volledig elektrisch.
De Belgische fiscaliteit speelt daarin uiteraard een belangrijke rol. Toch speelt bij sommige klanten nog de vraag: hoe zit het met de levensduur en de prestaties van de batterij? Volgens de leasingbedrijven blijkt die bezorgdheid in de praktijk meestal overdreven.
“Vroeger merkten we veel twijfels rond de gezondheid van de batterij”, zegt Tilliet. “Daarom voegen we nu standaard een batterijcertificaat toe. Uit duizenden controles zien we een gemiddelde State of Health van ongeveer 95 procent. Dat is gewoon heel goed.”
Ook Ayvens geeft bij elektrische Re-leasewagens een batterijrapport mee. “De accukwaliteit is eigenlijk geen issue”, zegt Pauwels. “We voorzien altijd een State-of-Health-rapport zodat klanten duidelijk weten waar ze aan toe zijn.”
Lizy laat de accu van zijn EV’s eveneens testen. Deze speler legt graag de klemtoon op het feit dat voor elke EV die tweedehands geleaset wordt, er geen nieuwe EV gebouwd moet worden. Tweedehandsleasing is in die optiek een duurzamere keuze dan een nieuwe auto bestellen.
Refurbishen of niet?
Opvallend: niet elke speler kiest dezelfde aanpak. Lizy kiest bewust voor een grondige voorbereiding van de voertuigen. “Vandaag refurbishen we al onze wagens volgens een hoge standaard”, zegt Heymans. “Onze klanten verwachten kwaliteit. Tegelijk sluiten we niet uit dat er in de toekomst ook een markt ontstaat voor klanten die liever iets minder betalen en kleine gebruikssporen accepteren.”
Ayvens kiest net een andere benadering. “We doen geen herstellingen”, zegt Pauwels. “Dat is onze corebusiness niet en het verzwaart en vertraagt het proces. We werken uitsluitend met onze eigen voertuigen, die een volledige onderhoudshistoriek hebben en die we van a tot z hebben opgevolgd. We selecteren vooral de netste exemplaren met zo weinig mogelijk schade.”
Arval zit tussen beide benaderingen. “We brengen de wagen ook naar een bepaalde standaard, waarbij er gekeken wordt naar de niet-acceptabele schades op basis van de Renta-norm”, verklaart Tilliet. “Het blijft uiteraard een tweedehandswagen waar mogelijk aanvaardbare gebruiksschade op is. Krassen worden dus niet altijd hersteld. Wel ondergaan de auto’s altijd een technische controle.”
U zult zich misschien de vraag stellen hoe het zit met eindecontractschade en de Renta-norm. Het antwoord is eenvoudig: de Renta-norm is op dezelfde manier van toepassing op het einde van een tweedehandsleasing als bij de beëindiging van de eerste leasecyclus. Het aantal en het soort schades dat geaccepteerd wordt, is afhankelijk van de eindleeftijd van de auto. Een leasevoertuig dat op het einde van de leasecyclus ouder is dan 50 maanden, mag 12 kleine beschadigingen hebben.
“Veel bedrijven merken dat het moeilijker wordt om dezelfde wagenklasse als vroeger aan te bieden, omdat auto’s duurder geworden zijn. Tweedehandsleasing maakt het mogelijk om toch een aantrekkelijk aanbod te behouden.”
Sam Heymans, Medeoprichter en CEO van Lizy
De uitdaging: beschikbaarheid
Tweedehandsleasing heeft ook beperkingen. Anders dan bij een nieuwe wagen kan de klant niet zomaar configureren wat hij wil. Het aanbod bepaalt de keuze. Je kunt als klant ook niet zelf een occasie gaan kiezen bij de dealer en dan een offerte voor tweedehandsleasing vragen bij Arval, Ayvens of Lizy.
“Het aanbod afstemmen op de vraag, dat is de uitdaging”, geeft Tilliet toe. “We kunnen natuurlijk enkel maar de auto’s aanbieden die enkele jaren geleden door onze klanten als nieuwe auto besteld werden. Sommige modellen, met name recentere, goed uitgeruste premiumwagens, die gaan erg snel. Er is voor bepaalde auto’s zelfs meer vraag dan aanbod.”
Bij Lizy ondervindt men deze spanning tussen vraag en aanbod minder. Er zijn steeds 600 à 800 jonge tweedehandsvoertuigen voorradig. In tegenstelling tot Arval en Ayvens moet deze maatschappij niet uit een eigen pool van reeds geleasede auto’s putten, maar koopt het actief tweedehands auto’s aan. Op die manier kan het beter inspelen op de vraag vanuit de markt. “We sourcen onze auto’s bij traders en soms zelfs bij de autofabrikanten zelf. Het gaat dan vaak om auto’s die gebruikt werden als dienstvoertuig”, verklaart Heymans.
“Voor grotere fleets kunnen we overigens ook met categorieën werken”, zegt Heymans. “Niet elke klant is absoluut gebonden aan één specifiek merk. Voor veel bedrijven gaat het eerder om een bepaald budget of een bepaalde voertuigcategorie.”
Blijver binnen fleet
De drie bedrijven zijn het over één ding eens: tweedehandsleasing is geen tijdelijke trend. De combinatie van elektrificatie, stijgende prijzen en de zoektocht naar flexibiliteit geeft jonge gebruikte voertuigen een duidelijke plaats binnen de bedrijfsmobiliteit.
De voordelen zijn duidelijk: dankzij de kortere looptijden kunnen bedrijven flexibeler omspringen met bedrijfsauto’s, en dat voor een lagere prijs. De user-chooser krijgt meer auto voor zijn geld. En voor sommigen is het een nieuwe manier om naar de volledige levenscyclus van een bedrijfswagen te kijken. De eerste leaseperiode is niet langer het eindpunt. Steeds vaker begint daarna gewoon hoofdstuk twee. En wie weet over enkele jaren hoofdstuk drie.