Mobiliteitsbudget: VBO vraagt uitstel en pleit voor een plafond op de woonkosten
Iets meer dan twee maanden vóór de aangekondigde inwerkingtreding van het verplichte mobiliteitsbudget vindt het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) dat de timing niet langer haalbaar is. Het roept de federale regering op om de deadline uit te stellen, zodat werkgevers voldoende tijd krijgen om deze hervorming voor te bereiden.
De eerste fase van de hervorming van het mobiliteitsbudget, die oorspronkelijk gepland was voor 1 januari 2027, moet bedrijven met minstens 50 werknemers onder bepaalde voorwaarden verplichten om een mobiliteitsbudget aan te bieden als alternatief voor de bedrijfswagen. Bedrijven met 15 tot 49 werknemers zouden een jaar later volgen.
Maar tot op vandaag is er nog geen definitieve wettekst goedgekeurd. Een situatie die het VBO aanklaagt in een persbericht dat enkele dagen geleden werd gepubliceerd. Volgens de werkgeversorganisatie is het inmiddels onrealistisch om te verwachten dat bedrijven hun car policies, administratieve processen en interne systemen op zo’n korte termijn kunnen aanpassen.
Oproep om de aanbevelingen van de sociale partners te respecteren
Los van de timing benadrukt het VBO ook dat rekening moet worden gehouden met het unanieme advies dat de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB) en de Nationale Arbeidsraad (NAR) afgelopen april uitbrachten. De sociale partners pleiten onder meer voor een administratieve vereenvoudiging van het systeem, een beperking tot 50% van het aandeel van het mobiliteitsbudget dat aan woonkosten mag worden besteed, en meer keuzevrijheid tussen de duurzame mobiliteitsoplossingen van de tweede pijler.
Volgens het VBO vormen deze aanbevelingen één ondeelbaar geheel dat als basis voor de hervorming moet dienen.
Uitstel tot 2028?
Hoewel uitstel steeds waarschijnlijker lijkt, heeft de regering nog geen nieuwe officiële datum voor de inwerkingtreding bevestigd.
Voor fleetmanagers bemoeilijkt die onzekerheid de voorbereiding van het mobiliteitsbeleid voor 2027. Bedrijven doen er dan ook goed aan hun voorbereidende werkzaamheden voort te zetten, onder meer wat betreft de berekening van de TCO en de aanpassing van hun car policy. Tegelijk vermijden ze best om definitieve keuzes vast te leggen voordat het wettelijke kader is gepubliceerd.

